



























Een onsje minder voor ontwikkelingswerk en een ode aan Tamme22 juli 2010Het zijn daar spannende tijden in Kenia. Over minder dan twee maanden wordt daar een referendum georganiseerd over een nieuwe grondwet. Klein bier, zou je zeggen, maar dan vergeet je dat in Kenia de grondwet nog niet in het soort beton gegoten zit als de onze. Je vergeet ook dat het gebrek aan een goede grondwet een ideale voedingsbodem biedt voor corruptie, etnisch geweld en andere vormen van machtsmisbruik die zo’n land gevangen houden in armoede en onderontwikkeling. Lobby Goed, de nieuwe grondwet komt er dus aan, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Mensenrechten-organisaties en maatschappelijke groeperingen hebben zich jarenlang suf gelobbyd en geprotesteerd voor de op het oog meest triviale zaken zoals recht op een je stukkie eigen grond en een minimum trouwleeftijd voor meisjes. Er zijn ook tegenstanders: conservatieve groepen die met steun van de kerk tegen het recht op abortus protesteren, grootgrondbezitters die een einde zien komen aan de goedkope leases die jarenlang de basis zijn geweest voor de groei van hun rijkdom. Zij behoren tot de machtigen, hebben dus meer geld en politiek kapitaal en deinzen er ook niet voor terug om te schermen met knokploegen, intimidatie en geweld. Dilemma's De voorstanders kunnen in deze laatste fase van de strijd wel een steuntje in de rug gebruiken. De mensen waar zij voor vechten hebben geen cent te makken, dus: financiële steun vanuit het buitenland, al was het maar omdat wij, los van allerlei morele motieven, vanwege de internationale handel geen gezeur in Kenia willen. Om veel geld gaat het niet. Voor en paar ton euri’s, een koopje, kunnen die campagnes maandenlang vooruit. Maar er zijn twee vragen die obstakels opwerpen: 1. Op wie moet je, in die zee van lokale hulporganisaties inzetten 2. hoe krijg je die centen daar op een manier die je ook nog eens in staat stelt om er aan donateurs en belastingbetalers verantwoording over af te leggen. De VN en de ambassades hebben toegezegd te zullen helpen, maar zijn al maanden bezig om een eerste vergadering te beleggen. Tegen de tijd dat zij het eens zijn en fondsen beschikbaar hebben, zijn we alweer veel te veel kostbare maanden verder. Eigen Netwerk Enter Tamme Hansma, mijn collega bij Hivos. Tamme is een oude rot in het vak, heeft overal in Afrika gewoond en gewerkt en zich altijd bezig gehouden met democratie, mensenrechten, vredesprocessen en (dus) ook grondwetshervorming. Je zou het niet zeggen, als hij hier in zijn normale kloffie op zijn opa-fiets arriveert, maar Tamme gaat net zo makkelijk bij een minister op de thee als dat ie onder een boom in Nairobi zit te praten met protestleiders. Als wij met ad.nl, de werkdag openen, spelt hij de Keniase kranten, mailt met zijn contacten hier bij het International Criminal Court en doet hij een rondje op de skype met journalisten, wetenschappers, andere ontwikkelingswerkers en af en toe een bevriend parlementslid. Zelf komt hij nog maar twee keer per jaar in Kenia, maar hij weet precies wat er speelt en wie er waar aan tafel zit. En het is dat netwerk, gevormd door jarenlang geduldig bouwen en werken aan dit soort processen dat hem nu in staat stelt om te helpen. 'De wereld kijkt toe' Handig rijgt hij de individuele acties en ideeën aan elkaar. Hij giet ze in hapklare voorstellen met duidelijke doelen, op basis waarvan hij fondsen door kan sluizen naar activisten en organisaties, fondsen die hij regelt met bekenden op het ministerie van buitenlandse zaken, zijn chefs en andere contacten bij donor-organisaties. En dan is er nog het handjevol journalisten in binnen- en buitenland, die hij voedt met stukjes en feitjes. Spul dat de voorpagina niet zal halen, maar wel cruciale ingrediënten bevat voor goede Nederlandse berichtgeving die op haar beurt ook weer een belangrijk puzzelstukje is in het internationale media-netwerk dat Keniase politici en hun schurkenstreken waarschuwt: ‘pas op, want de wereld kijkt toe.’ Invloed Tamme’s aanpak raakt voor mij de essentie van ontwikkelingswerk. Met een beetje steun vanuit het buitenland kun je op de juiste momenten wel degelijk een klein maar soms cruciaal verschil maken. Je moet wel weten wat je wanneer moet doen en dat spel vereist een zeldzame combinatie van vaardigheden die maar weinig mensen hebben. Als die nieuwe grondwet er straks komt, zal nooit te achterhalen zijn in hoeverre die paar ton en al die telefoontjes en contacten van Tamme daaraan hebben bijgedragen. Maar neem maar van mij aan dat zijn werk en het werk van soortgelijke types binnen andere organisaties op dit moment, van waarde zijn. Halveer budget maar Het overgrote deel van de Nederlanders wil van ontwikkelingshulp af of het budget tenminste halveren. Het gaat dan over steun aan corrupte overheden, maar ook over fondsen voor ontwikkelingsorganisaties als de mijne, die niet (meer) worden vertrouwd. Er wordt geschreeuwd om effciency en concrete resultaten: wegen, waterputten scholen – alsof je sociale verandering kan kopen. Binnen de sector wordt nu flink gelobbyd in anticipatie op komende bezuinigingen en een rechts kabinet, maar soms vraag ik me af waarom. Eigenlijk vind ik het allemaal wel best. Halveer het maar, en laat Tamme lekker zijn gang gaan. Het soort veranderingen waar wij naar streven is niet te koop. Ook met een half budget kunnen we best uit de voeten. Zolang we types als Tamme en consorten maar genoeg ruimte en een beetje vertrouwen geven zijn de meeste euro’s in hun handen een goede investering in een betere wereld. |